Thixotropie

(Thixotropy (thixotroop beton: thixotropic concrete)

Thixotropie (soms gespeld als tixotropie) of pseudoplasticiteit is de eigenschap van een niet-newtoniaanse vloeistof, waarbij de viscositeit bij een constante schuifspanning door de tijd afneemt. Na het opheffen van de schuifspanning keert de beginviscositeit weer terug

Bij thixotropie wordt een vloeistof extra vloeibaar wanneer er energie                        wordt ingebracht
Bij thixotropie wordt een vloeistof extra vloeibaar wanneer er energie wordt ingebracht

Nadere omschrijving

Bij thixotropie wordt een vloeistof extra vloeibaar wanneer er energie wordt ingebracht Binnen de betonwereld, waarvoor dit BetonLexicon is bedoeld, zullen weinig mensen de hierboven opgenomen definitie voor thixotropie direct begrijpen.

Wat eenvoudiger uitgelegd: bij thixotropie wordt een vloeistof extra vloeibaar wanneer er energie wordt ingebracht, bijvoorbeeld door omroeren of schudden. Zodra dit stopt neemt in rust de viscositeit snel toe: de vloeistof wordt dan snel 'dikker'.

Het begrip thixotropie komt uit de vloeistofdynamica en reologie. Een omvangrijk vakgebied dat de stromingseigenschappen van materialen bestudeert. In dit vakgebied worden veel modellen en begrippen gebruikt om het stromingsgedrag van allerlei vloeistoffen en materialen te karakteriseren. Thixotropie is een van die begrippen

Ook in de betonwereld komen we dit begrip tegen. Sommige (plastificerende) hulpstoffen kunnen binnen een bepaald doseringsgebied de betonspecie meer of minder thixotrope eigenschappen geven. Deze eigenschap kan van pas komen als betonspecie moet worden aangebracht op een hellend vlak. Door in lagen van onder naar boven te werken kan de specie per laag worden verdicht en blijft de nog plastische specie daarna toch onder helling liggen.

Om het begrip thixotropie nog wat te verduidelijken een paar voorbeelden van thixotropie buiten ons vakgebied:

Drijfzand: hoe meer je beweegt hoe verder en sneller je wegzakt. Als je je stil houdt, zak je nauwelijks weg.

Ketchup moet vaak eerst worden geschud voor het uit de fles wil lopen.

Veel drukinkten worden door roeren, schudden of uitsmeren van een pasta-achtige consistentie omgezet in een vloeibare.

Spuitlak moet tijdens het verspuiten dunvloeibaar zijn, en na het verspuiten snel dikvloeibaar worden.

Geplaatst op ma. 15 okt. 2018Laatst aangepast op woe. 5 dec. 2018