Vorst-dooizoutbestandheid

(Frost-thaw resistance)

De mate waarin beton bestand is tegen de inwerking van vorst en vorst in combinatie met dooizouten

vorst-dooizoutschade aan viaduct
vorst-dooizoutschade aan viaduct

Nadere omschrijving

Vorst en vorst in combinatie met dooizouten kunnen schade veroorzaken aan beton. Het in de poriën aanwezige water kan bevriezen en schade veroorzaken door uitzetting. Dat risico is het grootst bij jong beton, dat nog onvolledig verhard is. Dit bevat relatief gezien meer water en heeft nog een lage sterkte.

Bij het gebruik van dooizouten kunnen in de toplaag aanzienlijke temperatuurverschillen ontstaan doordat het smeltende ijs in het betonoppervlak warmte onttrekt aan het onderliggende beton. Het verschil in zoutconcentratie tussen toplaag en onderliggend beton speelt hierin ook een rol. Bij de spanningen die kunnen ontstaan bij ijsvorming onder het betonoppervlak kan het toplaagje van het beton worden afgedrukt.

In de betonvoorschriften NEN-EN 206-1 en NEN 8005 zijn voor beton dat blootgesteld wordt aan vorst/dooiwisselingen met of zonder dooizouten randvoorwaarden aan de betonsamenstelling vastgelegd. Deze betreffen bijvoorbeeld een minimaal cementgehalte, een maximale water-cementfactor.

De vorstdooizoutbestandheid van beton hangt mede af van de gebruikte cementsoort. Bekend is dat portlandcement (CEM I) of portlandvliegascement (CEM II ? V) beter presteert met betrekking tot de vorstdooizoutbestandheid dan hoogovencement (CEM III).

De vorstdooizoutbestandheid van beton is aanmerkelijk te verbeteren door het gebruik van een luchtbelvormer of zogenoemde holle microbolletjes in de betonspecie. Dan worden de poriën onderbroken en ontstaat ruimte voor het bevriezende en daarbij uitzettende water.

Normen/aanbevelingen/literatuur

Geplaatst op ma. 15 okt. 2018Laatst aangepast op do. 31 jan. 2019