Uitzettingscoëfficiënt

(Expansion coefficient)

De mate waarin een materiaal uitzet of krimpt bij temperatuurveranderingen, uitgedrukt per °C (ook: thermische vervorming)

Nadere omschrijving

Beton zet, net als de meeste andere materialen, uit als het warmer wordt en krimpt als het afkoelt. De mate waarin een materiaal krimpt of uitzet wordt aangegeven met de thermische uitzettingscoëfficiënt. De thermische uitzettingscoëfficiënt wordt uitgedrukt per °C.

Voor de thermische uitzettingscoëfficiënt van beton is de thermische uitzettingscoëfficiënt van het toeslagmateriaal van grote invloed.

Voor grindbeton ligt de thermische uitzettingscoëfficiënt rond 12 x 10-6 per °C en voor beton met harde kalksteen als toeslagmateriaal rond 8 x10-6 per °C.

Voor lichtbeton varieert de thermische uitzettingscoëfficiënt tussen 7 en 11 x 10-6 per °C.

Rekenvoorbeeld

De zon verwarmt een grindbetonplaat (lengte 10 m) van 15 ?C naar 40 ?C.

Temperatuurverhoging: 25 °C

Thermische uitzettingscoëfficiënt : 12 x 10-6 per °C

Per meter zet de plaat uit 25 x (12 x 10-6) m = 0,3 mm/m

De hele plaat met een lengte van 10 m zet dus 10 x 0,3 = 3 mm uit.

Andersom geldt bij afkoeling dezelfde rekenwijze.

Normen/aanbevelingen/literatuur

Geplaatst op ma. 15 okt. 2018Laatst aangepast op do. 24 jan. 2019